Hoofdstuk 5 Keuringsbevoegdheden

Actuele regelgeving

  1. 20.

    bevoegdheid tot keuren voertuigen

    1. De bevoegdheid voertuigen met een toegestane maximummassa hoger dan 3.500 kg dan wel voertuigen met een toegestane maximummassa niet hoger dan 3.500 kg aan een keuring te onderwerpen kan worden verleend aan een natuurlijk persoon die in het bezit is van een, mede door een door de Dienst Wegverkeer aangewezen gecommitteerde ondertekend, diploma keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk diploma keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen dat is afgegeven door Stichting VAM, nadat het examen met goed gevolg bij deze instelling is afgelegd.
    2. De Dienst Wegverkeer bepaalt aan welke voorwaarden wordt voldaan alvorens deelgenomen kan worden aan het examen keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen of examen keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen. Deze voorwaarden worden in de Staatscourant bekendgemaakt.
    3. Het examen wordt afgenomen overeenkomstig een door de Stichting VAM vastgesteld en door de Dienst Wegverkeer goedgekeurd reglement.
  2. 21.

    bevoegdheidspas

    1. Ten bewijze van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen wordt aan de keurmeester een bevoegdheidspas overeenkomstig een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model verstrekt. Op de bevoegdheidspas worden ten minste het pasnummer, het diplomanummer en de groep van voertuigen genoemd waarvoor de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen geldt alsmede de geldigheidsduur van de pas.
    2. Ten behoeve van het afmelden van een voertuig als bedoeld in artikel 30 door middel van datacommunicatie, wordt aan de keurmeester een pincode verstrekt. Deze pincode is strikt persoonlijk.
  3. 22.

    afleggen toets

    1. Nadat de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen is verleend, wordt onverminderd het bepaalde in het derde lid en in de artikelen 44 tot en met 46 door de keurmeester iedere twee jaar een toets bij de in artikel 20 genoemde instelling afgelegd.
    2. De toets wordt afgenomen overeenkomstig een door de in het eerste lid bedoelde instelling vastgesteld en een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurd reglement.
    3. Afhankelijk van het resultaat van de toets bedoeld in het eerste lid, wordt de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen met twee jaar verlengd of niet verlengd.
  4. 23.

    te overleggen bescheiden

    De aanvrager van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen overlegt de volgende bescheiden:

    1. een afschrift van de in de artikel 20 genoemde diploma‚Äôs;
    2. indien van toepassing een afschrift van het resultaat van de toets als bedoeld in artikel 22.