Hoofdstuk 7 Toezicht

Actuele regelgeving

  1. 34.

    voorschriften

    1. Het in artikel 86 van de wet bedoelde toezicht geschiedt met inachtneming van de in paragraaf 2 daaromtrent gegeven voorschriften.
    2. Het in artikel 86a van de wet bedoelde toezicht geschiedt met inachtneming van de in paragraaf 3 daaromtrent gegeven voorschriften.
  2. 35.

    periodieke controle

    1. Nadat een erkenning is verleend, wordt in het kader van het toezicht onderzocht of de erkenninghouder en de keuringsplaats nog voldoen aan de erkenningseisen en of de erkenningsvoorschriften worden nageleefd.
    2. Het in het eerste lid bedoelde toezicht kan tevens plaatsvinden in het kader van een steekproef van het voertuig.
  3. 36.

    verlenen medewerking

    Onverminderd het bepaalde in de artikel 31, wordt in het kader van het toezicht alle medewerking aan de daartoe aangewezen functionarissen van de Dienst Wegverkeer verleend. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

    1. het verlenen van toegang tot de keuringsplaats, inrichting of mobiele keuringseenheid;
    2. het verstrekken van inlichtingen;
    3. het overleggen van bescheiden;
    4. het gebruik maken van de benodigde apparatuur;
    5. het in acht nemen van door de betreffende functionaris van de Dienst Wegverkeer aangegeven aanwijzingen.
  4. 37.

    cusumsysteem

    1. De Dienst Wegverkeer kan in het kader van het toezicht op de erkenninghouder of de keurmeester een systeem van bonus- en strafpunten vaststellen, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
    2. Indien een systeem als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld, wordt aan de hand daarvan, afhankelijk van de resultaten van het uitgeoefende toezicht, beoordeeld of het toezicht wordt verminderd of verscherpt dan wel een erkenning of een keuringsbevoegdheid wordt gewijzigd of ingetrokken.
  5. 38.

    hanteren voorschriften

    De in deze paragraaf bepaalde eisen zijn, voor zover niet anders bepaald, tevens van toepassing op het toezicht op mobiele keuringseenheden en de inrichtingen waar met behulp van deze mobiele keuringseenheden keuringen worden verricht.


  6. 39.

    intrekking/wijziging/schorsing erkenning

    1. Deze paragraaf laat onverlet de bevoegdheid tot wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning als omschreven in deze link opent in een nieuw vensterartikel 87, van de wet, in andere gevallen dan die in deze paragraaf zijn beschreven.
    2. Een wijziging, schorsing of intrekking van een erkenning als bedoeld in deze link opent in een nieuw vensterartikel 87, tweede lid, van de wet, geldt in beginsel uitsluitend voor de betrokken keuringsplaats.
    3. In afwijking van het tweede lid kan de Dienst Wegverkeer, als omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat een wijziging, schorsing of intrekking alle keuringsplaatsen of mobiele eenheden betreft waarvoor de erkenning geldt.
  7. 40.

    schorsing erkenning

    Bij schorsing van een erkenning kan worden bepaald dat, indien niet binnen een termijn van ten hoogste 12 weken wordt aangetoond dat weer aan de erkenningseisen of erkenningsvoorschriften wordt voldaan, alsnog wijziging of intrekking van de erkenning volgt.


  8. 41.

    intrekking erkenninghouder

    Indien de in de artikelen 25 tot en met 32 neergelegde verplichtingen of voorschriften niet worden nageleefd, wordt terstond begonnen met een procedure voor intrekking van de erkenning.


  9. 42.

    niet voldoen aan erkenningseisen

    De in deze link opent in een nieuw vensterartikel 87, van de wet, bedoelde wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning kan, indien de erkenningseis of het erkenningsvoorschrift waaraan niet wordt voldaan slechts betrekking heeft op het keuren van een bepaalde groep voertuigen, beperkt blijven tot het keuren van die desbetreffende groep voertuigen.


  10. 44.

    intrekking keuringsbevoegdheid

    De in artikel 87a van de wet bedoelde intrekking van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen kan, indien de keuringsbevoegdheidseis, het keuringsbevoegdheidsvoorschrift of het keuringsvoorschrift waaraan niet wordt voldaan slechts betrekking heeft op het keuren van een bepaalde groep voertuigen, beperkt worden tot het keuren van die desbetreffende groep voertuigen.


  11. 45.

    schorsing keuringsbevoegdheid

    1. Indien er sprake is van een situatie waarin aan een of meer keuringsbevoegdheidseisen, keuringsbevoegdheidsvoorschriften of keuringsvoorschriften niet wordt voldaan, terwijl die situatie op korte termijn kan worden hersteld, kan, in plaats van intrekking van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen, overgegaan worden tot schorsing van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen voor een termijn van ten hoogste twaalf weken.
    2. Wordt binnen de in het eerste lid genoemde termijn niet aangetoond dat wederom aan de keuringsbevoegdheidseisen, keuringsbevoegdheidsvoorschriften of keuringsvoorschriften wordt voldaan, dan volgt alsnog intrekking van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen.
  12. 46.

    intrekking keuringsbevoegdheid keurmeester

    Indien door de keurmeester de in de artikelen 25 tot en met 32 neergelegde verplichtingen of voorschriften niet worden nageleefd, wordt terstond begonnen met een procedure voor intrekking van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen.